De of het fietsbal?

Het juiste lidwoord is:

het fietsbal

Betekenis (sport) balspel waarbij men de bal met het voorwiel van een fiets voortbeweegt

Zo gebruik je fietsbal

Met lidwoordhet fietsbal
Dit of dezedit fietsbal
Dat of diedat fietsbal
Ons of onzeons fietsbal
Jouwjouw fietsbal
Elk of elkeelk fietsbal
Welk of welkewelk fietsbal?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot fietsbal, het grote fietsbal

Voorbeeldzinnen met fietsbal

  • Het toernooi, dat twee weken in beslag zal nemen, bestaat verder uit minder bekende disciplines als urban cycling, kunstfietsen, fietsbal en gran fondo …
  • De volgende onderdelen zullen op dit 'Super-WK' worden afgewerkt: wielrennen op de weg, mountainbike, baanwielrennen, BMX, Urban Cycling, Para-cycling, Indoor cycling (kunstfietsen …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).