De of het festivalganger?

Het juiste lidwoord is:

de festivalganger

  • Meervoud: de festivalgangers
  • Verkleinwoord: het festivalgangertje
Betekenis bezoeker van een feestelijk evenement

Zo gebruik je festivalganger

Met lidwoordde festivalganger
Dit of dezedeze festivalganger
Dat of diedie festivalganger
Ons of onzeonze festivalganger
Jouwjouw festivalganger
Elk of elkeelke festivalganger
Welk of welkewelke festivalganger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote festivalganger, de grote festivalganger
Meervoudde festivalgangers, deze festivalgangers

Voorbeeldzinnen met festivalganger

  • Volgens een boswachter, die voor de zoveelste keer stuitte op een grote partij met lege vaten, is het de festivalganger die zich achter de oren moet krabben.
  • Bij de fatale aanrijding op maandag 18 juni kwam één festivalganger om het leven: een 35-jarige Heerlenaar.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).