De of het feestrumoer?

Het juiste lidwoord is:

het feestrumoer

Betekenis het lawaai dat men tijdens een feest maakt

Zo gebruik je feestrumoer

Met lidwoordhet feestrumoer
Dit of dezedit feestrumoer
Dat of diedat feestrumoer
Ons of onzeons feestrumoer
Jouwjouw feestrumoer
Elk of elkeelk feestrumoer
Welk of welkewelk feestrumoer?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot feestrumoer, het grote feestrumoer

Voorbeeldzinnen met feestrumoer

  • Er was immers wel reden voor enig feestrumoer.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).