De of het familiekasteel?

Het juiste lidwoord is:

het familiekasteel

  • Meervoud: de familiekastelen
  • Verkleinwoord: het familiekasteeltje
Betekenis kasteel dat (al meerdere generaties) eigendom is van een familie

Zo gebruik je familiekasteel

Met lidwoordhet familiekasteel
Dit of dezedit familiekasteel
Dat of diedat familiekasteel
Ons of onzeons familiekasteel
Jouwjouw familiekasteel
Elk of elkeelk familiekasteel
Welk of welkewelk familiekasteel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot familiekasteel, het grote familiekasteel
Meervoudde familiekastelen, deze familiekastelen

Voorbeeldzinnen met familiekasteel

  • Uiteindelijk putte Stamfordham inspiratie uit het familiekasteel van George: Windsor.
  • Hun titels mochten ze houden en soms ook een familiekasteel of een stuk grond.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).