De of het factoor?

Het juiste lidwoord is:

de factoor

  • Meervoud: de factoren
  • Verkleinwoord: het factoortje
Betekenis tussenpersoon, handelaar, vertegenwoordiger, factor

Zo gebruik je factoor

Met lidwoordde factoor
Dit of dezedeze factoor
Dat of diedie factoor
Ons of onzeonze factoor
Jouwjouw factoor
Elk of elkeelke factoor
Welk of welkewelke factoor?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote factoor, de grote factoor
Meervoudde factoren, deze factoren

Voorbeeldzinnen met factoor

  • 'Toen de Hollanders die nieuwe behoefte (tot lezen, KF) van de mensheid ontdekten,werden ze de factoor van onze gedachten, zoals ze het al waren van onze wijnen en onze zouten.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).