De of het factchecker?

Het juiste lidwoord is:

de factchecker

  • Meervoud: de factcheckers
Betekenis (beroep) iemand die controleert of gedane beweringen feitelijk juist zijn

Zo gebruik je factchecker

Met lidwoordde factchecker
Dit of dezedeze factchecker
Dat of diedie factchecker
Ons of onzeonze factchecker
Jouwjouw factchecker
Elk of elkeelke factchecker
Welk of welkewelke factchecker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote factchecker, de grote factchecker
Meervoudde factcheckers, deze factcheckers

Voorbeeldzinnen met factchecker

  • Welke geruchten over de oorlog in Oekraïne gaan er rond? En wat klopt er niet? NU.nl kijkt hier wekelijks naar en baseert zich mede op het werk van betrouwbare internationale factcheckers.
  • Als een factchecker de video aanmerkt als onjuist, dan zal deze worden gefilterd uit Instagram-suggesties."

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).