De of het façade?

Het juiste lidwoord is:

de façade

  • Meervoud: de façaden / façades
  • Verkleinwoord: het façadetje
Regel Woorden op -ade: altijd de. Bekijk de regel
Betekenis 1. (bouwkunde) de zichtbare buitenmuur van een gebouw, specifiek die aan de voorkant 2. (anatomie, informeel) spottende/minachtende benaming voor iemands gezicht

Zo gebruik je façade

Met lidwoordde façade
Dit of dezedeze façade
Dat of diedie façade
Ons of onzeonze façade
Jouwjouw façade
Elk of elkeelke façade
Welk of welkewelke façade?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote façade, de grote façade
Meervoudde façaden, deze façaden

Voorbeeldzinnen met façade

  • De façades van woonhuizen zijn in de loop der eeuwen geëvolueerd.
  • "Als je nu niet binnen de tien seconden uit mijn ogen bent, zal ik je façade ook vertimmeren", tierde de stiefvader.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).