De of het exportsector?

Het juiste lidwoord is:

de exportsector

  • Meervoud: de exportsectoren / exportsectors
Betekenis (economie) de bedrijven die zich vooral richten op de productie van zaken die men in het buitenland verkoopt

Zo gebruik je exportsector

Met lidwoordde exportsector
Dit of dezedeze exportsector
Dat of diedie exportsector
Ons of onzeonze exportsector
Jouwjouw exportsector
Elk of elkeelke exportsector
Welk of welkewelke exportsector?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote exportsector, de grote exportsector
Meervoudde exportsectoren, deze exportsectoren

Voorbeeldzinnen met exportsector

  • Vooral voor de exportsector", zegt een man.
  • "Het opent de mogelijkheden voor onze sterke en brede exportsector om zaken te gaan doen met Iran", laat de woordvoerder van brancheorganisatie VNO-NCW weten.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).