De of het exporthandel?

Het juiste lidwoord is:

de exporthandel

Betekenis het verkopen van goederen en diensten in het buitenland

Zo gebruik je exporthandel

Met lidwoordde exporthandel
Dit of dezedeze exporthandel
Dat of diedie exporthandel
Ons of onzeonze exporthandel
Jouwjouw exporthandel
Elk of elkeelke exporthandel
Welk of welkewelke exporthandel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote exporthandel, de grote exporthandel

Voorbeeldzinnen met exporthandel

  • Britse bedrijven en ondernemers luiden de noodklok vanwege de chaos in de exporthandel, veroorzaakt door de "verbijsterende" hoeveelheid aan nieuwe regels door de brexit.
  • De exporthandel naar Afrika bleek vruchtbaar; en het bedrijf breidde uit tot het verschepen van auto's, huishoudelijke apparaten, fietsen en vrachtwagens, en sinds '95 ook ingevroren restvlees.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).