De of het evenwoord?

Het juiste lidwoord is:

het evenwoord

  • Meervoud: de evenwoorden
Betekenis (taalkunde) woord met dezelfde betekenis als een ander woord

Zo gebruik je evenwoord

Met lidwoordhet evenwoord
Dit of dezedit evenwoord
Dat of diedat evenwoord
Ons of onzeons evenwoord
Jouwjouw evenwoord
Elk of elkeelk evenwoord
Welk of welkewelk evenwoord?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot evenwoord, het grote evenwoord
Meervoudde evenwoorden, deze evenwoorden

Voorbeeldzinnen met evenwoord

  • Helder echter is het lange verleden van het evenwoord trie, dat in zijn reine verschijning in ons taalgebied beperkt is tot een oord aan de zuiderzoom.
  • De Fries overweegt graag voor hij wat begint, hij is stug en hard van karakter (…). Zijn koppigheid is bekend („stuiten" is een bepaald Friesch woord, welks evenwoord men in andere talen niet vindt).

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).