De of het evenementenkalender?

Het juiste lidwoord is:

de evenementenkalender

  • Meervoud: de evenementenkalenders
Betekenis tijdsschema waarop men kan zien welke evenementen wanneer plaatsvinden

Zo gebruik je evenementenkalender

Met lidwoordde evenementenkalender
Dit of dezedeze evenementenkalender
Dat of diedie evenementenkalender
Ons of onzeonze evenementenkalender
Jouwjouw evenementenkalender
Elk of elkeelke evenementenkalender
Welk of welkewelke evenementenkalender?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote evenementenkalender, de grote evenementenkalender
Meervoudde evenementenkalenders, deze evenementenkalenders

Voorbeeldzinnen met evenementenkalender

  • Meer mogelijkheden voor live-televisie op 8 juni en de evenementenkalender in onder meer de binnenstad van Hengelo, hebben de organisatie doen besluiten voor Eerste Pinksterdag te kiezen.
  • Doesburg kent een extra volle evenementenkalender dit jaar.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).