De of het evaluator?

Het juiste lidwoord is:

de evaluator

  • Meervoud: de evaluatoren / evaluators
Betekenis iemand die een beoordeling uitvoert

Zo gebruik je evaluator

Met lidwoordde evaluator
Dit of dezedeze evaluator
Dat of diedie evaluator
Ons of onzeonze evaluator
Jouwjouw evaluator
Elk of elkeelke evaluator
Welk of welkewelke evaluator?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote evaluator, de grote evaluator
Meervoudde evaluatoren, deze evaluatoren

Voorbeeldzinnen met evaluator

  • Dit bevelen de evaluatoren van de ruim 25 jaar oude Wet openbare manifestaties (Wom) van de Rijksuniversiteit Groningen aan.
  • Organo zegt dat ze wist dat de vlucht haar altijd zou bijblijven omdat het haar eerste vlucht was in haar nieuwe functie van evaluator van het cabinepersoneel.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).