De of het enkelspeler?

Het juiste lidwoord is:

de enkelspeler

  • Meervoud: de enkelspelers
Betekenis (sport) tennisser die in zijn eentje speelt tegen één tegenstander

Zo gebruik je enkelspeler

Met lidwoordde enkelspeler
Dit of dezedeze enkelspeler
Dat of diedie enkelspeler
Ons of onzeonze enkelspeler
Jouwjouw enkelspeler
Elk of elkeelke enkelspeler
Welk of welkewelke enkelspeler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote enkelspeler, de grote enkelspeler
Meervoudde enkelspelers, deze enkelspelers

Voorbeeldzinnen met enkelspeler

  • De beste acht enkelspelers en dubbelduo's zijn verdeeld over twee poules van vier.
  • "Als er een enkelspeler uitvalt, moeten wij gaan singelen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).