De of het elftalleider?

Het juiste lidwoord is:

de elftalleider

  • Meervoud: de elftalleiders
Betekenis (sport) iemand die leiding geeft aan een sportploeg met 11 spelers

Zo gebruik je elftalleider

Met lidwoordde elftalleider
Dit of dezedeze elftalleider
Dat of diedie elftalleider
Ons of onzeonze elftalleider
Jouwjouw elftalleider
Elk of elkeelke elftalleider
Welk of welkewelke elftalleider?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote elftalleider, de grote elftalleider
Meervoudde elftalleiders, deze elftalleiders

Voorbeeldzinnen met elftalleider

  • Ook elftalleider van het eerste elftal Sjaak van Raay kijkt uit naar de bekerwedstrijd tegen PEC.
  • Ajax-trainer Leo Beenhakker krijgt op 30 november 1980 tijdens de thuiswedstrijd tegen FC Twente gezelschap op de bank van 'elftalleider' Johan Cruijff, die van de tribune komt afdalen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).