De of het eierkolen?

Het juiste lidwoord is:

de eierkolen

  • Meervoud: de eierkolen
Betekenis in de vorm van eieren samengeperst kolengruis

Zo gebruik je eierkolen

Met lidwoordde eierkolen
Dit of dezedeze eierkolen
Dat of diedie eierkolen
Ons of onzeonze eierkolen
Jouwjouw eierkolen
Elk of elkeelke eierkolen
Welk of welkewelke eierkolen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote eierkolen, de grote eierkolen
Meervoudde eierkolen, deze eierkolen

Voorbeeldzinnen met eierkolen

  • Elke dag moesten de ’slakken’ eruit en de nieuwe eierkolen erin.”
  • Daarop pallets met gebundelde briketten, zakken met eierkolen, een reusachtige berg handgrote kolen, half afgegraven en met sneeuw bedekt.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).