De of het eierkoker?

Het juiste lidwoord is:

de eierkoker

  • Meervoud: de eierkokers
  • Verkleinwoord: het eierkokertje
Betekenis (huishouden) een klein keukenapparaat om eieren mee te koken door middel van stoom, waardoor ze precies op de gewenste hardheid (zacht, medium of hard) worden bereid

Zo gebruik je eierkoker

Met lidwoordde eierkoker
Dit of dezedeze eierkoker
Dat of diedie eierkoker
Ons of onzeonze eierkoker
Jouwjouw eierkoker
Elk of elkeelke eierkoker
Welk of welkewelke eierkoker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote eierkoker, de grote eierkoker
Meervoudde eierkokers, deze eierkokers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).