De of het eersteklasser?

Het juiste lidwoord is:

de eersteklasser

  • Meervoud: de eersteklassers
  • Verkleinwoord: het eersteklassertje
Betekenis 1. (sport) een club, vereniging of team dat in de hoofdklasse speelt 2. (onderwijs) leerling die in de eerste klas van de middelbare school zit

Zo gebruik je eersteklasser

Met lidwoordde eersteklasser
Dit of dezedeze eersteklasser
Dat of diedie eersteklasser
Ons of onzeonze eersteklasser
Jouwjouw eersteklasser
Elk of elkeelke eersteklasser
Welk of welkewelke eersteklasser?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote eersteklasser, de grote eersteklasser
Meervoudde eersteklassers, deze eersteklassers

Voorbeeldzinnen met eersteklasser

  • De trainer bij de eersteklasser deed zijn racistische uitingen in de wedstrijd afgelopen weekeinde tegen de Amsterdamse club WV-HEDW, meldt het AD.
  • De eersteklasser uit Hoofddorp speelt vandaag namelijk een gelegenheidspotje tegen oud-spelers van het eerste.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).