De of het eerstehulpverlener?

Het juiste lidwoord is:

de eerstehulpverlener

  • Meervoud: de eerstehulpverleners
Betekenis (beroep, medisch) iemand die de initiële zorg verleent bij ongelukken, trauma's en blessures

Zo gebruik je eerstehulpverlener

Met lidwoordde eerstehulpverlener
Dit of dezedeze eerstehulpverlener
Dat of diedie eerstehulpverlener
Ons of onzeonze eerstehulpverlener
Jouwjouw eerstehulpverlener
Elk of elkeelke eerstehulpverlener
Welk of welkewelke eerstehulpverlener?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote eerstehulpverlener, de grote eerstehulpverlener
Meervoudde eerstehulpverleners, deze eerstehulpverleners

Voorbeeldzinnen met eerstehulpverlener

  • Meer dan de helft van alle Amerikaanse volwassenen heeft ten minste één vaccindosis gekregen en eerstehulpverleners beschouwen het vaccin als „een dosis hoop”.
  • Veiligheidsfunctionarissen en eerstehulpverleners zijn vrijgesteld van de beperkingen, evenals mensen die op de vlucht zijn voor gevaar of daklozen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).