De of het eenhoek?

Het juiste lidwoord is:

de eenhoek

  • Meervoud: de eenhoeken
Betekenis (meetkunde) hypothetische figuur met maar één enkele hoek

Zo gebruik je eenhoek

Met lidwoordde eenhoek
Dit of dezedeze eenhoek
Dat of diedie eenhoek
Ons of onzeonze eenhoek
Jouwjouw eenhoek
Elk of elkeelke eenhoek
Welk of welkewelke eenhoek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote eenhoek, de grote eenhoek
Meervoudde eenhoeken, deze eenhoeken

Voorbeeldzinnen met eenhoek

  • hoeken, wordt door een verstaanbaar woord, eenhoek, tweehoek, enz.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).