De of het eendenbout?

Het juiste lidwoord is:

de eendenbout

  • Meervoud: de eendenbouten
  • Verkleinwoord: het eendenboutje
Betekenis (voeding) vlees van een eendenpoot met het bot (en de huid)

Zo gebruik je eendenbout

Met lidwoordde eendenbout
Dit of dezedeze eendenbout
Dat of diedie eendenbout
Ons of onzeonze eendenbout
Jouwjouw eendenbout
Elk of elkeelke eendenbout
Welk of welkewelke eendenbout?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote eendenbout, de grote eendenbout
Meervoudde eendenbouten, deze eendenbouten

Voorbeeldzinnen met eendenbout

  • Het lunchmenu van drie gangen opent met rillettes van gekonfijte eendenbout en eendenlever met gebakken cantharellen en een walnootmayonaise. De wijn is een sancerre van Reverdy Cadet.
  • Cassoulet (voor 4-6 personen): 250 g gedroogde witte bonen, 100 g varkenszwoerd, in kleine stukjes, 100 g ontbijtspek in stukjes, ½ winterpeen, ½ ui met twee kruidnagels erin, vier takjes tijm …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).