De of het duorijder?

Het juiste lidwoord is:

de duorijder

  • Meervoud: de duorijders
Betekenis (verkeer) passagier op een bromfiets of motor die achter de bestuurder zit

Zo gebruik je duorijder

Met lidwoordde duorijder
Dit of dezedeze duorijder
Dat of diedie duorijder
Ons of onzeonze duorijder
Jouwjouw duorijder
Elk of elkeelke duorijder
Welk of welkewelke duorijder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote duorijder, de grote duorijder
Meervoudde duorijders, deze duorijders

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).