De of het drogetijd?

Het juiste lidwoord is:

de drogetijd

  • Meervoud: de drogetijden
Betekenis (tijdrekening, meteorologie) periode van het jaar dat er geen of weinig regen valt

Zo gebruik je drogetijd

Met lidwoordde drogetijd
Dit of dezedeze drogetijd
Dat of diedie drogetijd
Ons of onzeonze drogetijd
Jouwjouw drogetijd
Elk of elkeelke drogetijd
Welk of welkewelke drogetijd?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote drogetijd, de grote drogetijd
Meervoudde drogetijden, deze drogetijden

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).