De of het dorpshond?

Het juiste lidwoord is:

de dorpshond

  • Meervoud: de dorpshonden
  • Verkleinwoord: het dorpshondje
Betekenis een hond die leeft in een kleine nederzetting op het platteland en vaak dient om het erf te bewaken

Zo gebruik je dorpshond

Met lidwoordde dorpshond
Dit of dezedeze dorpshond
Dat of diedie dorpshond
Ons of onzeonze dorpshond
Jouwjouw dorpshond
Elk of elkeelke dorpshond
Welk of welkewelke dorpshond?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dorpshond, de grote dorpshond
Meervoudde dorpshonden, deze dorpshonden

Voorbeeldzinnen met dorpshond

  • De dorpshonden, die stuk voor stuk herdersbloed door hun aderen hebben stromen en waarschijnlijk allemaal familie van elkaar zijn, rennen dag in …
  • Jawel. Puppie is de dorpshond en Smoegel is het marsupilami-achtige dorpskonijn. Daarnaast is er ook Feathers, een trouwe vogelvriend van de Smurfen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).