De of het dominicanes?

Het juiste lidwoord is:

de dominicanes

  • Meervoud: de dominicanessen
Betekenis (religie) (rooms-katholiek) vrouw die behoort tot de orde van kloosterzusters die in het begin van de 13e eeuw is gesticht door Dominicus Guzmán

Zo gebruik je dominicanes

Met lidwoordde dominicanes
Dit of dezedeze dominicanes
Dat of diedie dominicanes
Ons of onzeonze dominicanes
Jouwjouw dominicanes
Elk of elkeelke dominicanes
Welk of welkewelke dominicanes?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dominicanes, de grote dominicanes
Meervoudde dominicanessen, deze dominicanessen

Voorbeeldzinnen met dominicanes

  • In 1978 besloot hij het klooster Huissen te verlaten en samen met een echtpaar, twee homofiele studenten …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).