De of het dispatcher?

Het juiste lidwoord is:

de dispatcher

  • Meervoud: de dispatchers
Betekenis 1. (beroep) verlader, distributeur 2. (beroep) verkeersregelaar

Zo gebruik je dispatcher

Met lidwoordde dispatcher
Dit of dezedeze dispatcher
Dat of diedie dispatcher
Ons of onzeonze dispatcher
Jouwjouw dispatcher
Elk of elkeelke dispatcher
Welk of welkewelke dispatcher?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dispatcher, de grote dispatcher
Meervoudde dispatchers, deze dispatchers

Voorbeeldzinnen met dispatcher

  • ‘De shuttle zal het eerste autonome voertuig in België zijn dat rijdt in volledig gemengd verkeer’, klinkt het. Dat zal gebeuren tegen beperkte snelheid en onder supervisie van een dispatcher.
  • Als dispatcher zie ik erop toe dat de patiënten die op spoed binnenkomen verder geholpen kunnen worden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).