De of het deverbatief?

Het juiste lidwoord is:

het deverbatief

  • Meervoud: de deverbatieven
Betekenis (taalkunde) een woord dat van een werkwoord is afgeleid

Zo gebruik je deverbatief

Met lidwoordhet deverbatief
Dit of dezedit deverbatief
Dat of diedat deverbatief
Ons of onzeons deverbatief
Jouwjouw deverbatief
Elk of elkeelk deverbatief
Welk of welkewelk deverbatief?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot deverbatief, het grote deverbatief
Meervoudde deverbatieven, deze deverbatieven

Voorbeeldzinnen met deverbatief

  • Causatieven, frequentatieven en intensieven worden samen ook deverbatieven genoemd.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).