De of het dentuur?

Het juiste lidwoord is:

de dentuur

  • Meervoud: de denturen
Betekenis het samenstel van tanden en kiezen dat in de mond van een mens of de bek of muil van een dier kan worden aangetroffen

Zo gebruik je dentuur

Met lidwoordde dentuur
Dit of dezedeze dentuur
Dat of diedie dentuur
Ons of onzeonze dentuur
Jouwjouw dentuur
Elk of elkeelke dentuur
Welk of welkewelke dentuur?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dentuur, de grote dentuur
Meervoudde denturen, deze denturen

Voorbeeldzinnen met dentuur

  • Ik, voor mij, vind dat het rooken of desnoods het nonchalant tusschen de lippen houden (liefst een beetje naar beneden hangend) van een sigaret, door een bevallige dame met mooie dentuur …

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).