De of het denimcyclus?

Het juiste lidwoord is:

de denimcyclus

  • Meervoud: de denimcycli / denimcyclussen
Betekenis periode waarin één bepaalde spijkerbroek in de mode is en weer uit de mode raakt

Zo gebruik je denimcyclus

Met lidwoordde denimcyclus
Dit of dezedeze denimcyclus
Dat of diedie denimcyclus
Ons of onzeonze denimcyclus
Jouwjouw denimcyclus
Elk of elkeelke denimcyclus
Welk of welkewelke denimcyclus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote denimcyclus, de grote denimcyclus
Meervoudde denimcycli, deze denimcycli

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).