De of het deltavlieger?

Het juiste lidwoord is:

de deltavlieger

  • Meervoud: de deltavliegers
  • Verkleinwoord: het deltavliegertje
Betekenis 1. driehoekig, lichtgewicht vliegtoestel 2. persoon die een deltavlieger gebruikt

Zo gebruik je deltavlieger

Met lidwoordde deltavlieger
Dit of dezedeze deltavlieger
Dat of diedie deltavlieger
Ons of onzeonze deltavlieger
Jouwjouw deltavlieger
Elk of elkeelke deltavlieger
Welk of welkewelke deltavlieger?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote deltavlieger, de grote deltavlieger
Meervoudde deltavliegers, deze deltavliegers

Voorbeeldzinnen met deltavlieger

  • De twee legden zaterdag zo’n 145 km af in de gemotoriseerde deltavlieger om van het communistische eiland naar Key West in Florida te vliegen.
  • In Utrecht is vanmorgen een deltavlieger van een gebouw gesprongen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).