De of het delegatielid?

Het juiste lidwoord is:

het delegatielid

  • Meervoud: de delegatieleden
Betekenis persoon die lid is van een afvaardiging

Zo gebruik je delegatielid

Met lidwoordhet delegatielid
Dit of dezedit delegatielid
Dat of diedat delegatielid
Ons of onzeons delegatielid
Jouwjouw delegatielid
Elk of elkeelk delegatielid
Welk of welkewelk delegatielid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot delegatielid, het grote delegatielid
Meervoudde delegatieleden, deze delegatieleden

Voorbeeldzinnen met delegatielid

  • Een Syrisch delegatielid zei dat de oppositie last heeft van een beperkte visie. "Ze willen over kleine problemen discussiëren, wij willen het hebben over de toekomst van Syrië."
  • Die had zichzelf aangeboden als delegatielid.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).