De of het deelraadslid?

Het juiste lidwoord is:

het deelraadslid

  • Meervoud: de deelraadsleden
Betekenis (politiek) iemand die lid is van een deelraad (soort gemeenteraad voor een deel van een grote stad)

Zo gebruik je deelraadslid

Met lidwoordhet deelraadslid
Dit of dezedit deelraadslid
Dat of diedat deelraadslid
Ons of onzeons deelraadslid
Jouwjouw deelraadslid
Elk of elkeelk deelraadslid
Welk of welkewelk deelraadslid?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot deelraadslid, het grote deelraadslid
Meervoudde deelraadsleden, deze deelraadsleden

Voorbeeldzinnen met deelraadslid

  • De griffier hoorde van een deelraadslid dat Mandela was overleden.
  • Maandag kregen stadsdeelvoorzitter Herrema en een deelraadslid een anonieme brief waarin concrete beschuldigingen werden geuit tegen de medewerkers.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).