De of het decalogus?

Het juiste lidwoord is:

de decalogus

  • Meervoud: de decalogussen
Betekenis (religie) de tien geboden zoals die in het Oude Testament staan geschreven

Zo gebruik je decalogus

Met lidwoordde decalogus
Dit of dezedeze decalogus
Dat of diedie decalogus
Ons of onzeonze decalogus
Jouwjouw decalogus
Elk of elkeelke decalogus
Welk of welkewelke decalogus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote decalogus, de grote decalogus
Meervoudde decalogussen, deze decalogussen

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).