De of het dakakker?

Het juiste lidwoord is:

de dakakker

  • Meervoud: de dakakkers
  • Verkleinwoord: het dakakkertje
Betekenis tuinbouwbedrijf op het dak van een gebouw

Zo gebruik je dakakker

Met lidwoordde dakakker
Dit of dezedeze dakakker
Dat of diedie dakakker
Ons of onzeonze dakakker
Jouwjouw dakakker
Elk of elkeelke dakakker
Welk of welkewelke dakakker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dakakker, de grote dakakker
Meervoudde dakakkers, deze dakakkers

Voorbeeldzinnen met dakakker

  • Het is geen dakterras, het is meer een dakakker.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).