De of het dagteller?

Het juiste lidwoord is:

de dagteller

  • Meervoud: de dagtellers
Betekenis apparaat dat dagtotalen aangeeft, bij voorbeeld de kilometerteller van een auto

Zo gebruik je dagteller

Met lidwoordde dagteller
Dit of dezedeze dagteller
Dat of diedie dagteller
Ons of onzeonze dagteller
Jouwjouw dagteller
Elk of elkeelke dagteller
Welk of welkewelke dagteller?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dagteller, de grote dagteller
Meervoudde dagtellers, deze dagtellers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).