De of het dagrantsoen?

Het juiste lidwoord is:

het dagrantsoen

  • Meervoud: de dagrantsoenen
  • Verkleinwoord: het dagrantsoentje
Betekenis hoeveelheid voeding die per dag voor één persoon beschikbaar is

Zo gebruik je dagrantsoen

Met lidwoordhet dagrantsoen
Dit of dezedit dagrantsoen
Dat of diedat dagrantsoen
Ons of onzeons dagrantsoen
Jouwjouw dagrantsoen
Elk of elkeelk dagrantsoen
Welk of welkewelk dagrantsoen?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot dagrantsoen, het grote dagrantsoen
Meervoudde dagrantsoenen, deze dagrantsoenen

Voorbeeldzinnen met dagrantsoen

  • Na afloop van die vijf maanden moet hij teruggestuurd worden naar Majdanek voor het verrichten van zwaar werk op een dagrantsoen van negenhonderd calorieën.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).