De of het dagploeg?

Het juiste lidwoord is:

de dagploeg

  • Meervoud: de dagploegen
  • Verkleinwoord: het dagploegje
Betekenis groep mensen die overdag werkt, groep mensen die tijdens de kantooruren werkt

Zo gebruik je dagploeg

Met lidwoordde dagploeg
Dit of dezedeze dagploeg
Dat of diedie dagploeg
Ons of onzeonze dagploeg
Jouwjouw dagploeg
Elk of elkeelke dagploeg
Welk of welkewelke dagploeg?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dagploeg, de grote dagploeg
Meervoudde dagploegen, deze dagploegen

Voorbeeldzinnen met dagploeg

  • Maandagochtend wordt de staking overgenomen door de dagploeg.
  • Werknemers van containeroverslagbedrijf ECT in Rotterdam hebben vanochtend vroeg het werk neergelegd. De nachtploeg is gestopt met werken en de dagploeg is niet begonnen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).