De of het dagkant?

Het juiste lidwoord is:

de dagkant

  • Meervoud: de dagkanten
  • Verkleinwoord: het dagkantje
Betekenis (bouwkunde) het binnenvlak van het materiaal dat een opening omsluit

Zo gebruik je dagkant

Met lidwoordde dagkant
Dit of dezedeze dagkant
Dat of diedie dagkant
Ons of onzeonze dagkant
Jouwjouw dagkant
Elk of elkeelke dagkant
Welk of welkewelke dagkant?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dagkant, de grote dagkant
Meervoudde dagkanten, deze dagkanten

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).