De of het dagjestoerist?

Het juiste lidwoord is:

de dagjestoerist

  • Meervoud: de dagjestoeristen
  • Verkleinwoord: het dagjestoeristje
Regel Woorden op -ist: bijna altijd de. Bekijk de regel
Betekenis (toerisme) persoon die een reis van een dag onderneemt

Zo gebruik je dagjestoerist

Met lidwoordde dagjestoerist
Dit of dezedeze dagjestoerist
Dat of diedie dagjestoerist
Ons of onzeonze dagjestoerist
Jouwjouw dagjestoerist
Elk of elkeelke dagjestoerist
Welk of welkewelke dagjestoerist?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote dagjestoerist, de grote dagjestoerist
Meervoudde dagjestoeristen, deze dagjestoeristen

Voorbeeldzinnen met dagjestoerist

  • Voor deze kustgemeente zijn de dagjestoeristen die de horeca bezoeken een belangrijke bron van inkomsten.
  • Na de vechtpartij van gisteren op het strand gaat Blankenberge vandaag dagjestoeristen zoveel mogelijk weren.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).