De of het cursusleider?

Het juiste lidwoord is:

de cursusleider

  • Meervoud: de cursusleiders
Betekenis persoon die een opleiding of training verzorgt

Zo gebruik je cursusleider

Met lidwoordde cursusleider
Dit of dezedeze cursusleider
Dat of diedie cursusleider
Ons of onzeonze cursusleider
Jouwjouw cursusleider
Elk of elkeelke cursusleider
Welk of welkewelke cursusleider?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote cursusleider, de grote cursusleider
Meervoudde cursusleiders, deze cursusleiders

Voorbeeldzinnen met cursusleider

  • In de workshopruimte, de stoelen in een halve cirkel, krijgen de deelnemers onder leiding van cursusleiders Jaro van der Ende en Barbara Veldt om beurten het woord …
  • „Zorg ervoor”, horen de verkopers cursusleider en sigarenroller Maaike van der Sluis zeggen, „dat je twee of drie lagen dekblad rond de schouder van de sigaar vouwt.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).