De of het cultuurhistoricus?

Het juiste lidwoord is:

de cultuurhistoricus

  • Meervoud: de cultuurhistorici
Betekenis (beroep) iemand de de cultuurgeschiedenis bestudeert; iemand die veel wee van de geschiedenis van de levensstijl

Zo gebruik je cultuurhistoricus

Met lidwoordde cultuurhistoricus
Dit of dezedeze cultuurhistoricus
Dat of diedie cultuurhistoricus
Ons of onzeonze cultuurhistoricus
Jouwjouw cultuurhistoricus
Elk of elkeelke cultuurhistoricus
Welk of welkewelke cultuurhistoricus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote cultuurhistoricus, de grote cultuurhistoricus
Meervoudde cultuurhistorici, deze cultuurhistorici

Voorbeeldzinnen met cultuurhistoricus

  • Dat herkomstonderzoek duurt nu erg lang, zeiden Van Beurden en cultuurhistoricus Nancy Jouwe in Het Oog.
  • Tot circa 1700 was de handdruk een puur formele betekenis, vertelt Herman Roodenburg, cultuurhistoricus in ruste en hiervoor verbonden aan het Meertens Instituut en de Vrije Universiteit.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).