De of het covidjaar?

Het juiste lidwoord is:

het covidjaar

  • Meervoud: de covidjaren
Betekenis 1. (geschiedenis) kalenderjaar in de periode dat de pandemie veroorzaakt door SARS-CoV-2-virus van grote invloed op het maatschappelijk leven was 2. (pregnant) het jaar 2020 waarin het SARS-Cov-2-virus zich snel wereldwijd verspreidde

Zo gebruik je covidjaar

Met lidwoordhet covidjaar
Dit of dezedit covidjaar
Dat of diedat covidjaar
Ons of onzeons covidjaar
Jouwjouw covidjaar
Elk of elkeelk covidjaar
Welk of welkewelk covidjaar?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot covidjaar, het grote covidjaar
Meervoudde covidjaren, deze covidjaren

Voorbeeldzinnen met covidjaar

  • „Het voelde als een covidjaar toen er geen publiek was.
  • In vijf gemeenten werd er vorig jaar zelfs nog minder getrouwd dan in het covidjaar: Oudsbergen (-28%), Halen (-8%), Hasselt (-7%), Alken (-5%) en Heusden-Zolder (-3%).

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).