De of het coronatijdperk?

Het juiste lidwoord is:

het coronatijdperk

  • Meervoud: de coronatijdperken
Betekenis tijdperk dat de COVID-19-pandemie heerste (begin jaren '20 van de 21ste eeuw)

Zo gebruik je coronatijdperk

Met lidwoordhet coronatijdperk
Dit of dezedit coronatijdperk
Dat of diedat coronatijdperk
Ons of onzeons coronatijdperk
Jouwjouw coronatijdperk
Elk of elkeelk coronatijdperk
Welk of welkewelk coronatijdperk?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot coronatijdperk, het grote coronatijdperk
Meervoudde coronatijdperken, deze coronatijdperken

Voorbeeldzinnen met coronatijdperk

  • Mexico City blijft steken op ruim 370.000, maar het coronatijdperk met kale tribunes lijkt definitief voorbij.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).