De of het coronadagboek?

Het juiste lidwoord is:

het coronadagboek

  • Meervoud: de coronadagboeken
  • Verkleinwoord: het coronadagboekje
Betekenis (medisch, geschiedenis) kroniek die mensen bijhouden van hun wel en wee tijdens de coronapandemie

Zo gebruik je coronadagboek

Met lidwoordhet coronadagboek
Dit of dezedit coronadagboek
Dat of diedat coronadagboek
Ons of onzeons coronadagboek
Jouwjouw coronadagboek
Elk of elkeelk coronadagboek
Welk of welkewelk coronadagboek?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een groot coronadagboek, het grote coronadagboek
Meervoudde coronadagboeken, deze coronadagboeken

Voorbeeldzinnen met coronadagboek

  • 'Al die mensen die de afgelopen weken coronadagboeken hebben geschreven, coronaregels opgevolgd, coronatalkshows gekeken, coronagesprekken gevoerd en tegen coronacritici hebben staan schreeuwen.
  • Zijn coronadagboek was spontaan begonnen: dagelijks stuurde hij via sociale media en Whatsapp een pentekening naar vrienden en bekenden.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).