De of het concertbezoeker?

Het juiste lidwoord is:

de concertbezoeker

  • Meervoud: de concertbezoekers
  • Verkleinwoord: het concertbezoekertje
Betekenis iemand die als luisteraar naar een muziekuitvoering gaat

Zo gebruik je concertbezoeker

Met lidwoordde concertbezoeker
Dit of dezedeze concertbezoeker
Dat of diedie concertbezoeker
Ons of onzeonze concertbezoeker
Jouwjouw concertbezoeker
Elk of elkeelke concertbezoeker
Welk of welkewelke concertbezoeker?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote concertbezoeker, de grote concertbezoeker
Meervoudde concertbezoekers, deze concertbezoekers

Voorbeeldzinnen met concertbezoeker

  • Volgens de woordvoerder zijn er geen andere gevallen bekend van claims van concertbezoekers die onderuit zijn gegaan in de Ziggo Dome.
  • "De concertbezoeker weet ons al te vinden, met AFAS denken we een zakelijk publiek te kunnen bereiken.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).