De of het clubspeler?

Het juiste lidwoord is:

de clubspeler

  • Meervoud: de clubspelers
Betekenis (sport) sporter die in wedstrijden uitkomt voor een sportvereniging

Zo gebruik je clubspeler

Met lidwoordde clubspeler
Dit of dezedeze clubspeler
Dat of diedie clubspeler
Ons of onzeonze clubspeler
Jouwjouw clubspeler
Elk of elkeelke clubspeler
Welk of welkewelke clubspeler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote clubspeler, de grote clubspeler
Meervoudde clubspelers, deze clubspelers

Voorbeeldzinnen met clubspeler

  • Als clubspeler kwam de harde verdediger uit voor RKC, Hamburger SV, Chelsea, Sevilla, VfB Stuttgart, Sporting Portugal, Brondby en Feyenoord.
  • Wesley Sneijder en Arjen Robben zijn twee van de twaalf spelers die genomineerd zijn voor de titel UEFA clubspeler van het jaar.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).