De of het cisgender?

Het juiste lidwoord is:

de cisgender

  • Meervoud: de cisgenders
Betekenis persoon waarvan het geboortegeslacht en de genderidentiteit gelijk aan elkaar zijn

Zo gebruik je cisgender

Met lidwoordde cisgender
Dit of dezedeze cisgender
Dat of diedie cisgender
Ons of onzeonze cisgender
Jouwjouw cisgender
Elk of elkeelke cisgender
Welk of welkewelke cisgender?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote cisgender, de grote cisgender
Meervoudde cisgenders, deze cisgenders

Voorbeeldzinnen met cisgender

  • Het woord "cisgender" verwijst naar iemand die niet transgender is.
  • Tom is cisgender.
  • Maria is cisgender.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).