De of het christus?

Het juiste lidwoord is:

de christus

  • Meervoud: de christussen
  • Verkleinwoord: het christusje
Betekenis afbeelding van Jezus Christus

Zo gebruik je christus

Met lidwoordde christus
Dit of dezedeze christus
Dat of diedie christus
Ons of onzeonze christus
Jouwjouw christus
Elk of elkeelke christus
Welk of welkewelke christus?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote christus, de grote christus
Meervoudde christussen, deze christussen

Voorbeeldzinnen met christus

  • De christus bij de ingang is van wit marmer.
  • Wat is mijn persoonlijke gebed? De felle ochtendzon schijnt door de hoge glas-in-loodramen en verlicht de iele christus boven het altaar.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).