De of het charel?

Het juiste lidwoord is:

de charel

  • Meervoud: de charels
Betekenis 1. (persoon) ruwe, stoere man 2. (persoon) man of jongen die zich niet zo strikt aan maatschappelijke regels houdt

Zo gebruik je charel

Met lidwoordde charel
Dit of dezedeze charel
Dat of diedie charel
Ons of onzeonze charel
Jouwjouw charel
Elk of elkeelke charel
Welk of welkewelke charel?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote charel, de grote charel
Meervoudde charels, deze charels

Voorbeeldzinnen met charel

  • Hewel, ik zeg u, als die blauwpoot, de blauwpoot van de flaminganten, wèl kan vliegen als het onweêr is, dan moet het een fameuze zijn, een ‘charel’, ‘ééne uit de duizend.’
  • ‘Meneer, zijt gij de man niet die “De Witte” gemaakt heeft?’ ‘Ja jong,’ zei ik, ‘die man ben ik.’ ‘Ewel, meneer, ge zijt gij potverdekke ne charel, zulle!’

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).