De of het celdeler?

Het juiste lidwoord is:

de celdeler

  • Meervoud: de celdelers
Betekenis iemand die met een ander een cel deelt

Zo gebruik je celdeler

Met lidwoordde celdeler
Dit of dezedeze celdeler
Dat of diedie celdeler
Ons of onzeonze celdeler
Jouwjouw celdeler
Elk of elkeelke celdeler
Welk of welkewelke celdeler?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote celdeler, de grote celdeler
Meervoudde celdelers, deze celdelers

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).