De of het caféhouder?

Het juiste lidwoord is:

de caféhouder

  • Meervoud: de caféhouders
Betekenis eigenaar van een kroeg

Zo gebruik je caféhouder

Met lidwoordde caféhouder
Dit of dezedeze caféhouder
Dat of diedie caféhouder
Ons of onzeonze caféhouder
Jouwjouw caféhouder
Elk of elkeelke caféhouder
Welk of welkewelke caféhouder?
Met bijvoeglijk naamwoord (bijv. groot)een grote caféhouder, de grote caféhouder
Meervoudde caféhouders, deze caféhouders

Voorbeeldzinnen met caféhouder

  • In de ogen van de caféhouder, die zelf duidelijk zijn best deed de eerste, geneeskrachtige borrel van de dag zo lang mogelijk uit te stellen …
  • Een lokale caféhouder belde de politie toen de oudste zoon van 25 jaar verward in zijn café verscheen.

Betekenis, meervoud, verkleinwoord, uitspraak en vertalingen: WikiWoordenboek (CC BY-SA 4.0). Voorbeeldzinnen: Tatoeba (CC BY 2.0 FR).